Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek in de webbladzijden van de VEB
in de webbladzijden van de VEB

 

Suske en Wiske praten Esperanto!

Esperantobeweging 100 jaar in ons land

Uit „Horizon-taal” van 1997

Op 17 december 1897 verscheen in het Brusselse dagblad Le Petit Bleu het eerste van een reeks van acht artikelen over het Esperanto. De auteur was Charles Lemaire, eerste vaandeldrager van het Esperanto in België. Daarmee wekte het Esperanto voor het eerst echte belangstelling in ons land. We kunnen dus gerust stellen dat we dit jaar een nieuwe eeuw van het Esperanto in België ingaan.

Nauwelijks 10 jaar waren er verlopen sinds in Warschau de eerste leerboekjes over het Esperanto waren verschenen. Zij waren het resultaat van de jarenlange arbeid van de oogarts L. Zamenhof. In die 10 jaar was er al belangstelling gegroeid in het grote Rusland, waartoe Polen toen behoorde. Ook in andere landen was er belangstelling ontstaan, vooral in Frankrijk, waar een belangrijk pionier was opgetreden, Louis Chevreux - bij Esperantosprekers beter bekend onder zijn schuilnaam Louis Beaufront of de Beaufront. Vanaf 1892 was er onder zijn invloed ook in België reeds enige belangstelling, vooral in kringen van postzegelverzamelaars, die zo'n gemakkelijke internationale taal wel verwelkomden. Ook waren er enige artikels verschenen in het dagblad L'Indépendance Belge van de hand van de Franse pacifist, oud-generaal Gaston Moch, die reeds sinds 1889 voor het Esperanto ijverde. Maar een echte actie liet nog altijd op zich wachten.

De eerste initiatieven

Die actie kwam er toen luitenant Charles Lemaire, een uiterst ijverig man met een ruime belangstelling voor allerlei nieuwe zaken, in de herfst van 1897 iets over het Esperanto vernam. Hij bestelde aanstonds een leerboekje in Frankrijk bij zijn naamgenoot René Lemaire, de vaste medewerker van Beaufront. Hij werkte in enkele uren het leerboekje door en stelde op het einde vast, dat hij reeds genoeg Esperanto kende om zelf een brief aan Beaufront te kunnen schrijven. Dat deed hij nog diezelfde avond. Toen hij enige dagen later een antwoord ontving dat hij nog helemaal verstond ook, was hij overtuigd van de buitengewone mogelijkheden die het Esperanto bood. Van dat moment af kent zijn enthousiasme geen grenzen meer.

Als ijverig lid van de Cercle Polyglotte van Brussel - een kring die op een korte onderbreking na nog altijd bestaat en lessen en conversaties in meerdere talen organiseert, en waarvan Lemaire later ere-voorzitter is geworden - was het voor hem een kleinigheid te bekomen dat hij een lezing over het Esperanto zou geven. Als man met vele relaties kon hij ook bekomen dat de krant Le Petit Bleu een reeks van acht artikelen over deze internationale taal en taalproblemen in het algemeen zou publiceren. Dat gebeurde van 17 december 1897 tot 2 januari 1998. De acht artikelen zijn later verschenen als een aparte brochure, die gratis kon worden verspreid, dank zij de financiële steun van enige weldoeners.

LA LANGUE UNIVERSELLE
(RIEN DU VOLAPUK)

Nous avons signalé, il y a quelques jours, le succès de la conférence donnée par M. le lieutenant Charles Lemaire, au Cercle polyglotte, sur l'Espéranto, la nouvelle langue universelle, dont la récente création a excité l'attention générale et à l'étude approfondie de laquelle M. Charles Lemaire a consacré quelques semaines.
Nous avons la bonne fortune de publier le texte même de cette conférence, qui sera suivie, dans nos colonnes, d'une série d'articles constituant un véritable cours d'Espéranto, ce qui permettra à nos lecteurs de pouvoir en entreprendre très aisément l'étude.
On sait, en effet que le développement constant des rapports commerciaux entre les divers pays a établi la nécessité d'une langue universelle rapidement assimilable; et l'Espéranto est précisément celle qui, parmi toutes les langues internationales crées en ces derniers temps, a été considérée par les spécialistes comme présentant le plus de chances de généralisation.
Aussi ne doutons-nous pas que nos lecteurs n'en suivent l'exposé, d'ailleurs très simple, avec curiosité et intérêt.

(Hierna volgt dan de tekst van Lemaire)

Lemaire's lezing van december 1897 kende een groot succes. Eén der toehoorders, Edmond Blanjean, was toen zeer geïnteresseerd in een andere plantaal, Volapük. Hij onderwees het in Brussel, maar VolapUk is eigenlijk zeer moeilijk. Blanjean geraakte daarom al zeer snel overtuigd van de superioriteit van het Esperanto. Ook hij leerde het in een vlugje en bood zich aan om het in de Cercle Polyglotte te onderwijzen.

Een tweede informatielezing van Lemaire in de Cercle, op 27 januari 1898, in samenwerking met Blanjean, trok tachtig belangstellenden. Van hen schreef een groot aantal zich na afloop van de lezing in voor de cursus die weldra zou starten.

Verspreiding en terugval

Lemaires artikels in de krant, kort daarna verspreid onder de vorm van een brochure, de twee lezingen in de Cercle Polyglotte en de cursus van Blanjean betekenden een goede aanloop voor een verspreiding van het Esperanto in België, niet alleen in Brussel, maar ook in het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte. De Cercle had inderdaad leden in het ganse land. Enigen van hen besloten zelf lessen te geven. Dat deed o.a. François Roelandt in Gilly (nabij Charleroi), en ook in Spa startte later een cursus. De leerlingen van de cursus in Gilly richtten zelfs een eigen clubje op (in maart 1898) dat weliswaar niet lang bestaan heeft, maar dat we als de eerste Esperantogroep in België kunnen beschouwen.

Ondanks die goede aanloop kwam er weldra een stagnatie. Lemaire, die reeds tweemaal in de Onafhankelijke Congostaat, die door Leopold II was opgericht, had vertoefd, vertrok in april 1898 voor een expeditie doorheen Afrika en bleef vier jaar weg. De dynamische motor was weggevallen en de nog jonge beweging begon te vegeteren.

Een nieuwe aanloop en een nieuwe terugval

Pas toen Lemaire in 1902 was teruggekeerd en de ganse zaak nieuw leven inblies, kwam de Esperantobeweging in België echt op gang. In 1902 stichtte Lemaire een eigen tijdschrift, Belga Sonorilo . Vanaf 1903 ontstond een ganse reeks verenigingen (o.a. de Antverpena Esperanto-grupo, die de Eerste Wereldoorlog echter niet goed heeft overleefd). In 1905 werd de Belga Esperantista Ligo (BEL) opgericht, in 1909 was er het eerste Belgische Esperantocongres.

Maar toen het eenmaal zover was, begonnen ook de eerste ernstige problemen. Al functioneerde het Esperanto als taal bevredigend en al had het Eerste Esperanto Wereldcongres in 1905 in Boulogne-sur-Mer de waarde van het Esperanto als internationaal communicatiemiddel definitief aangetoond, toch waren er enigen die in een drang naar perfectie of om andere redenen een „verbeterd” Esperanto wilden. Lemaire was ook één van hen geworden en hij sloot zich in 1907 aan bij hen die andere wegen wilden volgen met de „nieuwe vorm”, Ido. In 1908 slaagde hij er zelfs in een aantal van de Belgische leden mee te trekken (vooral bij de Franstaligen) in die schismatische groep. Het is hem slecht bekomen en hij geraakte helemaal geïsoleerd. In datzelfde jaar stichtten „de getrouwen” de Belga Ligo Esperantista (BLE).

Lemaire, de grote pionier, verdween uit het gezichtsveld. Het afhaken van deze zeer waardevolle man is een spijtig verlies geworden voor de Esperantobeweging in België. Bedenken we dat hij in 1919 directeur is geworden van de pas opgerichte Koloniale Hogeschool in Antwerpen.

Terugblik op het verleden

Dit zijn feiten van een eeuw geleden. Het loont de moeite ze eens te overdenken. De Esperantobeweging heeft in ons land haar langzame (té langzame) groei gehad en ze wacht nog steeds op het moment dat ze zich ten volle zal kunnen ontplooien. Sinds 1978 gaat ze in Vlaanderen haar eigen weg, en dat heeft een aantal voordelen opgeleverd. Laten we echter hopen dat de huidige generaties de lessen trekken uit het verleden en meer doelgericht een goede weg zullen volgen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië en Brussel.

Archief levensnoodzakelijk

We zouden bij deze honderdste verjaardag ook moeten gaan beseffen hoe belangrijk het wordt dat we wat meer over onze geschiedenis zouden kennen. De eerste pioniers zijn reeds uit dit leven verdwenen... maar ook de mensen die nog weten van horen zeggen, beginnen langzaam maar zeker te verdwijnen. Overal in de Esperantobeweging wordt de nood aangevoeld dat men de feiten uit het verleden te boek moet stellen. Twintig jaar geleden is Petro De Smedt (Dendermonde) daar mee begonnen, maar tijdsgebrek heeft hem daar naderhand vanaf gehouden. Gelukkig bestaat er een klein tekstje, samengesteld door Petro De Smedt en Erik D'Hondt over die eerste jaren. Maar wie zal dat werk voortzetten?

Intussen gaat wellicht heel wat materiaal verloren onder lagen stof ergens op een zolder of in een kelder. Het installeren van een echt archief is geenszins overbodig. Misschien is 100 jaar Esperanto in België een goede gelegenheid om daarmee een begin te maken en om eens terug aandacht voor onze geschiedenis te vragen.

Wim M.A. De Smet

Laatste aanpassing van deze bladzijde: 09-02-2017