Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek in de webbladzijden van de VEB
in de webbladzijden van de VEB

 

Suske en Wiske praten Esperanto!

Esperanto schiet wortel in de supranationale gemeenschap


1. a) Door eenvoudige observatie, bevestigd door wetenschappelijk onderzoek, weten we dat een "levende" taal, d.w.z. een taal actief gebruikt in het dagelijkse leven, op ieder niveau en in elke omstandigheid, slechts kan bestaan in een "levende" groep mensen, in een sociale gemeenschap.

b) De sociale gemeenschappen zijn zeer verschillend volgens grootte, geografische verspreiding, ontwikkelingsniveau, cultuurrijkdom, dynamisme, creativiteit, enz. Ze beschikken echter alle, zonder uitzondering, over een uitdrukkings- en communicatiemiddel, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, met name over een "taal".

We constateren, dat in de loop der geschiedenis de sociale gemeenschappen door interne of externe, vaak politieke invloeden en omstandigheden kunnen evolueren van kleine, beperkte, lokale groepen tot veel uitgestrekter regios of nationale gemeenschappen.

Deze voelen zich verenigd door het bewustzijn van een eigen identiteit, gebaseerd op dezelfde leefgewoonten (behuizing, voeding, kleding enz.), op de afhankelijkheid van een zelfde politieke macht, maar vooral op het gebruik van een zelfde taal, één van de belangrijkste en zichtbare identificatie-elementen in alle menselijke samenlevingen.

c) Parallel met de geografische uitbreiding van de politieke macht evolueert de taal van lokaal, regionaal communicatiemiddel tot een algemener, eenvormiger uitdrukkingsmiddel, conform de verenigende tendensen van het politiek, economisch, sociaal en cultureel leven. De politieke macht intervenieert onrechtstreeks maar vaak ook rechtstreeks om dat eenmakingproces nog te versnellen.

Zo ontstonden na eeuwen van evolutie de huidige zogenaamde "nationale" talen, dikwijls ten koste van de lokale, regionale talen en van de taalminoriteiten. Het eenmakend proces is niet tot stilstand gekomen in de schoot van de naties en zal denkelijk nooit helemaal eindigen omwille van verscheidene antagonistische sociale krachten.

2. a) In hetzelfde evolutieproces constateren we in het huidige tijdvak - alhoewel reeds lang in voorbereiding - het langzame ontstaan van een supranationale, gans het mensdom omvattende gemeenschap, die zich meer en meer bewust wordt van haar bestaan en van het bestaan van wereldwijde verwezenlijkingen (Mensenrechten, Natuurbescherming, Artsen zonder Grenzen enz.), niet slechts van belang voor één of enkele naties, maar voor het gehele mensdom, en waarin alle naties, alle mensen zonder uitzondering gelijkwaardig zijn. We denken hierbij ook aan internationale organisaties als de Verenigde Naties, Unesco enz...

Zoals in de vorming van de nationale gemeenschappen, zo ook in de vorming van de nieuwe, zich gestaag ontwikkelende wereldgemeenschappen is er een langzame groei gaande van een nieuwe ervaring, de bewustwording van een nieuwe identiteit die de uiteendrijvende nationalistische verwezenlijkingen overstijgt en die in de huidige fase vaak daarmee in conflict ligt.

Men denke slechts aan de onenigheden die geregeld oprijzen in verschillende Europese naties in het kader van Europese eenwording. Zoals de nationale gemeenschap meer is dan uitsluitend de externe samenvoeging van lokale en regionale verwezenlijkingen, zo is ook de supranationale gemeenschap meer dan slechts het samenbrengen van nationale realiteiten. In dat proces van éénwording speelt ongetwijfeld de taal een grote rol.

b) Zou men zich kunnen voorstellen dat er in een nationale gemeenschap geen eigen taal zou bestaan of zich zou ontwikkelen? Kan men zich indenken dat deze eigen taal één van de lokale talen of dialecten zou zijn?

De nationale taal ontwikkelt zich vaak uit een regionale taal met achteruitstelling van de andere; maar omwille van sociale invloeden en politieke tussenkomsten leent en assimileert zij de meest verscheidene vreemde elementen. Zo vormt zich haar supralokaal en dus haar neutraal en éénmakend karakter om tenslotte niet meer aan lokale of regionale maar aan de nationale entiteit te behoren. Zo functioneren de nationale taal en de lokale, regionale talen de ene naast de andere, maar op verschillend niveau en met een ander doel. De ene is geen belemmering voor de andere.

c) Juist zoals de nationale gemeenschappen zich verhouden tot de lokale of regionale, zo functioneert de supranationale in haar verhouding tot de nationale. De principes zijn dezelfde, ook wat het gebruik van de taal betreft, een essentieel element in het eenmakingproces. Net als de nationale taal niet simpelweg één van de vele lokale of regionale talen kan zijn, maar als het ware een neutrale supranationale synthese ervan is, evenzo kan het communicatiemiddel van de supranationale gemeenschap, omwille van de verscheidene motieven, officieel geen van de nationale talen zijn.

d) Alhoewel totnogtoe officieel niet als dusdanig erkend, bestaat en functioneert er reeds - weliswaar provisoir slechts op beperkte, maar toch presentabele schaal - een bevredigend supranationaal, neutraal communicatiemiddel: Esperanto, als het ware een synthese van vele bestaande taalsystemen.

Het is reeds een uitdrukkingsmiddel voor allerlei culturele, economische, politieke, wetenschappelijke en sociale verwezenlijkingen door gans de wereld. Er ontbreekt slechts de sociale overeenkomst en de politieke beslissing om het officieel te maken en te verspreiden. Esperanto-gebruikers zijn zich bewust van hun dubbele, zelfs drievoudige verhouding met:

- hun lokale, regionale gemeenschap door de lokale, regionale taal te spreken;

- hun nationale etnische gemeenschap door de nationale cultuurtaal te gebruiken;

- hun supranationale wereldgemeenschap door de internationale, neutrale taal Esperanto te spreken.

e) In tegenstelling tot nationale talen, die om de meest verscheidene redenen meestal het pluralisme van lokale en regionale talen tegenwerken, bevordert een supranationale NEUTRALE taal het pluralisme van alle lokale, regionale en nationale talen en culturen, omdat zij hoofdzakelijk gebruikt wordt onder anderstaligen. Integendeel, wegens de specifieke gebruiksvoorwaarden en het feit dat de supranationale gemeenschap bestaat uit mensen van alle werelddelen, garandeert slechts een dergelijke neutrale taal het rijke en absoluut te beschermen, ongelijktalig en veelvoudig cultureel karakter van de wereld.

Edward Symoens


Laatste aanpassing van deze bladzijde: 09-02-2017