 |
|
|
|
|
|
|
|
|

in de webbladzijden van de VEB
|
|
Esperanto en humor
Mensen die geen Esperanto kennen, en die enkel
vernomen hebben dat het om een kunsttaal gaat,
vormen zich een beeld van de taal, dat zowat overeenkomt
met dat van een computertaal: ongeschikt voor het
uitdrukken van gevoelens en niets méér bevattende dan
enkel koele uitdrukkingen.
De beste manier om aan te tonen dat dit een foutieve indruk is,
dat het wel degelijk om een volwaardig communicatiemiddel gaat,
is het bestaan van de mogelijkheden van de humor, de moppen
(zowel de deftige als de ondeugende en de meer gewaagde moppen)
en de woordspelingen in het Esperanto.
De meerderheid van nationale en internationale tijdschriften
die in het Esperanto verschijnen (gaande van Rusland via China
tot Australië hebben wel een plaatsje voor humor, zowel humor
die eigen is aan de Esperantobeweging, als humor vertaald
uit andere talen.
Het is interessant in welke mate de meerderheid van moppen
die in elk land verteld worden, perfect internationaal zijn,
en dat ze enkel de plaats en de naam van de protagonist aanpassen,
zoals ook van bij landgrenzen gebeurt: bijvoorbeeld veel van de
Hollandermoppen worden in Nederland verteld met Vlamingen in de
hoofdrol en andersom. In het Esperanto zijn dan vaak de sprekers
van het Volapük geviseerd.
Er bestaan ook tijdschriften in het Esperanto die uitsluitend
aan humor gewijd zijn. Eén van de meest gevestigde is "La kancerkliniko",
met een alternatief karakter, en met soms een nogal zwarte humor.
De naam zelf kan al een idee geven: het is om te beginnen
een woordspeling, waarvan de letterlijke vertaling "de kankerkliniek" is,
maar zijn afkorting 'LKK' is dezelfde als diegene die de
organisatoren van congressen gebruiken:
(Loka Kongresa Komitato, plaatselijk congrescomité).
Van één van de medewerkers, de Catalaan Arnau Torras, kun je
hier een voorbeeldje zien:

Via het Internet heb je toegang tot een nieuwer tijdschrift,
van gelijkaardige aard: "Vola pug", opnieuw een woordspeling tussen
zijn directe betekenis: "gewillig gat" (of zoiets van dien aard)
en de naam van een kunsttaal die voorafging aan het Esperanto,
het Volapük.
Woordspelingen zijn iets alledaags in het Esperanto, niet alleen
omdat de Esperanto-sprekers dol zijn op het spelen met taal,
maar zeker omdat de taal zelf het zo makkelijk maakt, dankzij
haar structuur. Het logische en eenvoudige systeem om nieuwe woorden te maken
aan de hand van stammen, voor- en achtervoegsels waarover de taal
beschikt, maken het mogelijk gelijkaardige woorden te maken,
of zelfs woorden die identiek zijn aan bestaande woorden.
Een klassiek voorbeeld is de zinspeling op een sentema
verkisto, een gevoelig auteur (sento= gevoel, ema=neiging),
maar men kan dit woord ook interpreteren als een "auteur zonder
thema" (sen-tema = zonder thema). Een ander grappig voorbeeld:
diamanto is een diamant, maar men kan het ook verstaan als
"die van God houdt" (di-amanto). Of de constatering dat Esperanto
de internationale communicatie vergemakkelijkt, en dus af en
toe tot internationale huwelijken heeft geleid: edzperanto
(edzo=echtgenoot, peranto= tussenpersoon).
Ook veel voorkomend - hoewel misschien niet echt aan te raden
omwille van de internationale verstaanbaarheid is het vermengen
van woorden of uitdrukkingen in het Esperanto en een nationale taal.
Eigenlijk heeft iedereen die een vreemde taal leert, wel eens zo
een woordspeling ontmoet - of zelf gemaakt - maar ik heb de indruk
dat dit in het Esperanto om één of andere reden veel vaker voorkomt.
Een voorbeeld van zo een uitdrukking, die ook Duitsers en
Engelstaligen zullen begrijpen, is: Mi faras mian beston.
Er wordt hiermee bedoeld 'ik doe mijn best', ware het niet dat
'besto' in het Esperanto 'dier' ofte 'beest' betekent.
Resultaat: "Ik doe mijn beest". Niet echt geruststellend dus...
Wanneer we het over humor in het Esperanto hebben, is het
onvermijdelijk om twee klassieke auteurs te vernoemen,
beide waren Fransman en zijn reeds overleden:
Louis Beaucaire en Raymond Schwartz.
Louis Beaucaire is één van de vrolijkste auteurs in de
Esperanto-literatuur, voornamelijk door twee werken:
"Kruko kaj Baniko en Bervalo" en "El la vivo de bervala
sentaŭgulo". De titels houden geen woordspelingen in,
maar het heeft wel een soort voorbeeld gesteld voor verder
gebruik onder de Esperantosprekers: Kruko en Baniko zijn de
eigennamen van de protagonisten (zoiets als Jantje en Pietje)
en Bervalo is een denkbeeldige plaats. Het eerste werk is een
eenvoudige verzameling van moppen, velerlei internationaal bekende
en een beetje schuine moppen, over het algemeen toch goed verteld.
(Dit boek is trouwens via het internet te lezen in html-
en pdf-formaat).
Het tweede boek (Uit het leven van een Bervaals deugniet) is een
verzameling kortverhalen, waarin Esperanto vermengd is in de
amoureuze avonturen van de protagonist, wat soms tot hilarische
toestanden leidt. Dit boek werd ook naar het Baskisch vertaald.
Raymond Schwartz was de beste 'ontginner' van de mogelijkheden
van humor in het Esperanto. Francés, afkomstig uit de Elzas,
een bankdirecteur overdag en de rest van de tijd een bon-vivant,
schreef niet alleen talrijke artikels en meerdere boeken,
hij was ook de ziel van het Esperanto-cabaret, dat gedurende
meerdere jaren in Parijs actief was. De voornaamste namen waren:
"La Verda kato" (De groene kat),
"La bolanta kaldrono" (De kokende ketel), "La tri koboldoj"
(De drie kabouters). Zijn boeken worden nog tot op de dag
van vandaag aangeraden aan diegenen die zich willen vermaken
en ook om zich te verdiepen in de taal.
Men kan beginnen met "La stranga butiko" (De rare winkel),
een boek in verzen vol van woordspelingen en met een
intelligente humor, te lezen via internet.

De artikels waarin jaarlijks de actualiteiten geanalyseerd werden
in een onrechtzinnige en humoristische vorm voor de progressieve
vereniging SAT zijn gebundeld in "Kun siaspeca spico"
(alweer een woordspeling: vertaalbaar als een koekje van eigen deeg).
Schwartz schreef ook de vooraanstaande roman "Kiel akvo de l' rivero"
(Als water van de rivier), waarin de humor aanwezig blijft,
doch dit is niet het essentiële element van het werk.
Er werd een website speciaal aan zijn leven en werk gewijd:
http://kabareto.esperanto.cc.
Terwijl Beaucaire een zeer internationale humor gebruikte,
gebaseerd op situaties en paradoxen, is Schwartz veel moeilijker
te vertalen, aangezien we met de meester van woordspelingen te maken
hebben, tot op een ongekend niveau. Beiden gebruikten de techniek
van de letterwisseling (contrepèterie in het Frans,
spoonerismen in het Nederlands), gebaseerd op het verwisselen van
bepaalde letters in dezelfde zin, zodat vaak choquerende uitdrukkingen
ontstaan: van "mielkuko" (honingkoek) maakt hij "kiel muko"
(zoals snot), van "plejpova nutro" (krachtig voedsel) maakt hij
"plejnova putro" (nieuwste verrotting). In het oeuvre van
Beaucaire kan men vele mogelijkheden vinden om uit de meest
onschuldige zinnetjes heel gepeperde uitdrukkingen te maken.
Andere vermeldenswaardige namen zijn Izrael Lejzerowicz -
overleden in Treblinka - die El la Verda Biblio (Uit de groene
Bijbel) schreef, een parodie over de geschiedenis van de
Esperanto-beweging,
en Cezaro Rossetti, met "Kredu min, sinjorino" (Geloof me, mevrouw),
een reeks anekdotes uit zijn leven als verkoper/vertegenwoordiger,
een titel die op zijn beurt geparodieerd werd in een
Esperantowoordenboek van schuine uitdrukkingen, "Knedu min,
sinjorino" (Kneed mij, mevrouw), van Renato Corsetti,
nu voorzitter van de Wereld-Esperantobond.
Onder de hedendaagse auteurs die humor aanwenden in hun
literair werk kunnen we de leden van de zogenaamde Iberische
groep vermelden, die niet aarzelen om hun werk met humor te
spijzen. Dit is vooral het geval met Jorge Camacho, een schrijver
die meesterlijk gebruikt maakt van de parodie en het pamflet.
Voor diegenen die Esperanto nauwelijks kennen is zijn werk
moeilijk verteerbaar, maar als voorbeeld kunnen we de satire
"La majstro kaj Martinelli", vernoemen, waarin hij de spot drijft
met de vertegenwoordigers van een vooral opportunistische tendens
van de actuele Esperantobeweging, en die gebaseerd is op het
werk van de Rus Mijail Bulgakov "El maestro y Margarita", waarvan de
Esperanto-vertaling een aanzienlijk succes had.
Tenslotte bestaan er in het Esperanto ook talrijke vertalingen,
waaronder uiteraard ook humoristische, denken we bijvoorbeeld aan
de zopas overleden Ephraim Kishon waarvan in het Esperanto
"Elektitaj satiroj" verscheen.
Heel bekend zijn de avonturen van Asterix, die niets van hun
waarde verliezen in het Esperanto. Voor de kinderen zijn er trouwens de
avonturen van Winnie-the-Pooh en Pipi Langkous. Onlangs verscheen
ook een album van Suske en Wiske (het Kregelige Ketje) in het Esperanto:
"Cisko kaj Vinjo: la Brusela Bubo" (te verkijgen in de boekenwinkel
van de Vlaamse Esperantobond).

Voor volwassenen zijn er dan weer de
avonturen van de dappere soldaat Svejk, van Jaroslav Hašek,
die je eveneens via het internet kunt lezen.
Van eigen bodem moeten we zeker de architect F.V. Dorno vermelden
(zijn echte naam: Frans van Dooren 1905-1996). Hij schreef satires,
toneelstukken, hoorspelen en poëzie zowel in het Nederlands, Afrikaans,
Engels als Esperanto. In het Esperanto verscheen de komedie "Levu la
manojn" (dat ook in het Nederlands opgevoerd werd) en "Kia miksaĵo".
De tweede is een typische deurenklucht over een familie - waarvan
niet iedereen Esperanto kent - die een Esperantospreker te gast
heeft en waardoor dan ook de nodige misverstanden ontstaan.
Dit blijspel is tweetalig: Nederlands en Esperanto.
(In het boek zijn tevens de Franse, Duitse en Engelse versies
gebundeld.) Verder verschenen van hem ook satires in
"La Aventuroj de Lia Reĝa Mosto Stultulof" (1937) en "Satiroj" (1977).
Ook interessant om weten is dat hij de motor was van het schrijverstrio
dat onder het pseudoniem Deck Dorval een viertal misdaadromans
in het Esperanto publiceerde.
Ziezo, is er nog iemand die denkt dat Esperanto "koud en zonder
animo" zou zijn?
Vertaling en bewerking: Lode van de Velde.
Een uittreksel uit: La Verda Biblio, de eerste regels:
1. En la komenco la Senkorpa Mistero kreis Volapükon.
2. Kaj Volapük estis senforma kaj kaosa, kaj mallumo estis en ĝi.
3. Kaj la Senkorpa Mistero diris: Estu lumo; kaj fariĝis Esperanto.
Laatste aanpassing van deze bladzijde:
13-08-2007
|