Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek in de webbladzijden van de VEB
in de webbladzijden van de VEB

 

Suske en Wiske praten Esperanto!

Taalverscheidenheid als rijkdom


Uit Horizon.taal nr 248 maart - april 2011

A. Peetermans

Het bestaan van taalverscheidenheid is allerminst een geheim: ga de deur uit in een stad als Antwerpen en het wordt een evidentie. Het spijtige is dat velen bij het horen van taalverscheidenheid meteen ook denken aan het Oudtestamentische verhaal over de toren van Babel en de spraakverwarring: taalverscheidenheid als ongemak, als belemmering, als straf. Taal als oorzaak van verdeeldheid - zelfs van haat . Taal als probleem. Heel concreet wordt dan gesproken over taalbarrières die overwonnen moeten worden, over vertaalproblematiek en het geld dat pakweg de Europese Unie moet "verspillen" aan het overbruggen van taalkloven.

Het heeft weinig zin om te proberen te ontkennen dat taalverscheidenheid de internationale communicatie sterk bemoeilijkt, en dat is geenszins mijn bedoeling. Taal bezit inderdaad een aanzienlijk problematisch karakter; het is net dit besef dat geleid heeft tot de geboorte van het Esperanto. Maar er is ook een andere kant, en het is die kant waar ik het in dit artikel over wil hebben: taal is niet alleen ongemak, het is ook rijkdom.

Niet de economische rijkdom van de kapitalist, natuurlijk, maar wel de menselijke, culturele rijkdom van de filoloog en de polyglot, van de taalwetenschapper en de poëzieliefhebber, de rijkdom ook van de antropoloog - en niet te vergeten, van elke taalgebruiker met een liefde voor zijn moedertaal. Dat laatste wordt wel heel erg duidelijk, tastbaar, als we denken aan die bekende poëtische noodkreet van een Zuid-Afrikaans dichter: Engels, Engels, alles Engels! Engels wat jy sien en hoor. In ons skole, in ons kerke word ons moedertaal vermoor. Taal maakt deel uit van onze culturele identiteit, taal definieert ons als mens. Sterker nog: taal maakt de mens tot mens.

Taal en menselijkheid

Een klein experiment. We nemen een alom bekende tekst, bijvoorbeeld het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Vervolgens bekijken we een paar vertalingen van deze tekst:

Baskisch: Gizon-emakume guztiak aske jaiotzen dira, duintasun eta eskubide berberak dituztela; eta ezaguera eta kontzientzia dutenez gero, elkarren artean senide legez jokatu beharra dute.
Hongaars: Minden emberi lény szabadon születik és egyenlõ méltósága és joga van. Azemberek, ésszel és lelkiismerettel bírván, egymással szemben testvéri szellemben kell hogy viseltessenek.
Swahili: Watu wote wamezaliwa huru, hadhi na haki zao ni sawa. Wote wamejaliwa akili na dhamiri, hivyo yapasa watendeane kindugu.

Voor de meeste lezers is dit denk ik, net als voor mij, een oefening in bescheidenheid: ondanks het feit dat we perfect weten wat deze teksten moeten betekenen (het gaat immers telkens weer om dezelfde tekst!), slagen we er niet in ze te lezen.

En dat is nu net wat we taalverscheidenheid noemen: dat we een perfect gekende tekst kunnen nemen en hem in een andere taal kunnen vertalen, en dat we hem daarmee toegankelijk kunnen maken voor mensen die niet in staat waren het origineel te lezen, maar vooral ook dat we daardoor de tekst volslagen onbegrijpelijk maken voor de lezers van dat origineel.

Dat is een zeldzaam fenomeen in de rest van de dierenwereld: het communicatiesysteem van bijvoorbeeld honden is lang niet zo uitgebreid en complex als de menselijke taal, maar het is wel universeel te begrijpen. Honden begrijpen elkaar over de hele wereld, en dat zonder ooit aan enige taalcursus te moeten deelnemen. Voor de menselijke soort is de situatie helemaal omgekeerd: onze talen zijn krachtige communicatiemiddelen die delicate nuances en erg complexe gedachten weten uit te drukken, maar ze bezitten niet dezelfde universaliteit als de taal van honden (of van dieren in het algemeen). Taal is eigen aan de mens, ze definieert zijn mogelijkheden en zijn beperkingen.

Dat wil niet zeggen dat alle universaliteit vreemd is aan de menselijke taal: al wie op de hoogte is van de stand van zaken in de taalwetenschap weet dat er een groot aantal taaluniversalia bestaan. Deze universalia, patronen die steeds weer terugkomen in de meest uiteenlopende talen, zijn bijzonder interessant voor de algemene taalkunde. Hun bestaan wijst er immers op dat niet alleen het vermogen tot taalgebruik op zich een gedeelde menselijke eigenschap is, maar dat het geestelijk mechanisme dat mensen (grotendeels onbewust) gebruiken om vorm te geven aan hun specifieke talen eveneens universeel is.

Zo is het duidelijk uit taalkundig onderzoek dat bijna alle talen ter wereld in gewone mededelende zinnen het onderwerp een plaats vóór het lijdend voorwerp geven (1); bovendien plaatst de grote meerderheid het onderwerp vooraan in de zin, vóór het lijdend voorwerp en het werkwoord (2). Heel concreet wil dit zeggen dat heel veel talen zinnen als "Jan eet een appel" of "Jan een appel eet" gewoon vinden, terwijl maar een handvol talen dat vinden van een zin als "Eet een appel Jan" of "Een appel eet Jan".

Dat lijkt misschien een banale vaststelling, maar dat is het niet; het lijkt alleen maar evident omdat het beantwoordt aan de intuïtieve verwachtingspatronen van onze geest. Onze menselijke geest.Eens te meer zal de boodschap zijn: taal maakt de mens tot mens.
Maakt dat haar niet kostbaar?

noten

1: D.w.z.: bijna alle talen verkiezen de woordvolgordes SVO, SOV en VSO, bijna geen enkele OSV, VOS of OVS. (S=onderwerp, O=lijdend voorwerp, V=werkwoord)

2: D.w.z.: SVO en SOV komen veel vaker voor dat VSO.


terug naar de Horizon.taal indexpagina

Laatste aanpassing van deze bladzijde: 09-02-2017