Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek in de webbladzijden van de VEB
in de webbladzijden van de VEB

 

Suske en Wiske praten Esperanto!

De 16 regels van het Esperanto

Ter inleiding: de uitspraak

  c   [ts]     vb  centro   [tsentro]  = centrum
  ĉ   [tsj]    vb  ĉar      [tsjar]    = want, omdat
  g   [Fr. g]  vb  tago                = dag
  ĝ   [dzj*]   vb  aĝo      [adzjo]    = leeftijd
          * zoals de eerste klank van "gentleman"
  ĥ   [ch]     vb  ĥaoso    [chaoso]   = chaos
  ĵ   [zj]     vb  ĵurio    [zjoerio]  = jury
  ŝ   [sj]     vb  ŝi       [sji]      = zij
  u   [oe]     vb  turo     [toero]    = toren
  ŭ   [w]      vb  aŭto     [awto]     = auto

q, w, x en y bestaan niet in het Esperanto.


Regel 1: Er is slechts het bepaald lidwoord 'la'.     la libro = het boek
-------   Het onbepaald lidwoord wordt niet vertaald.     libro = een boek


Regel 2: Het zelfstandig naamwoord eindigt op -o      vb.  patro  (vader)
-------   Het meervoud krijgt de uitgang -j            vb.  patroj (vaders)
          Het lijdend voorwerp krijgt de uitgang -n    vb.  patron, patrojn
          (accusatief)


Regel 3: Het bijvoeglijk naamwoord eindigt op -a    vb.  bona (goede)
-------   Het krijgt dezelfde uitgangen als het      vb.  bonaj patroj
          zelfst. naamwoord waar het bij hoort            bonan patron


Regel 4: De telwoorden zelf zijn onveranderlijk.
-------
          0  nulo
          1  unu        6  ses          11  dek unu
          2  du         7  sep          12  dek du
          3  tri        8  ok           20  dudek
          4  kvar       9  naŭ         100  cent
          5  kvin      10  dek        1000  mil

     Je kan er wel zelfstandige en bijvoeglijke   vb.  duo, trio
     naamwoorden van maken door de gepaste        vb.  tria, sesa
     uitgang toe te voegen.
     De uitgang -ono maakt een breuk.             vb.  1/2  duono
     De uitgang -opo maakt een groep.             vb.  duopo (paar)


Regel 5: De persoonlijke voornaamwoorden:    mi  (ik)    ni  (wij)
-------                                      vi  (jij)   vi  (jullie, u)
          (Bezittelijk: mia, via, ...)       li  (hij)  ili  (zij, mv)
                                             ŝi (zij)
                                             ĝi (het)
                                             oni (men)
Regel 6: De werkwoorden worden niet vervoegd.
-------
            - infinitief eindigt op -i       vb.  fari (doen)
            - tegenwoordige tijd    -as      vb.  mi faras, ili faras, ...
            - verleden tijd         -is      vb.  mi promenis
            - toekomende tijd       -os      vb.  li vidos

            - voorwaardelijke wijs  -us      vb.  ŝi farus (zij zou doen)
            - gebiedende wijs       -u       vb.  sidu (zit)

    Onvoltooid deelwoord: faranta: aan het doen
                          farinta: aan het doen geweest
                          faronta: zal aan het doen zijn

    Voltooid deelwoord : farata: gedaan wordend
                         farita: gedaan
                         farota: zal gedaan worden

Regel 7: Het bijwoord eindigt op -e         vb.  rapide (snel)
-------   Het is onveranderlijk.

          Trappen van vergelijking:  pli rapide ol  (sneller dan)
                                      plej rapide    (snelst)


Regel 8: Alle voorzetsels vereisen een nominatief.
-------


Regel 9: Fonetische spelling: alles wordt uitgesproken zoals het
-------   wordt geschreven.


Regel 10: De klemtoon valt altijd op de voorlaatste lettergreep.
--------   vb. la'bori (werken)


Regel 11: Samenstellingen worden gemaakt door het samenvoegen van de
--------   afzonderlijke delen (zoals in het Nederlands), met het
           hoofdwoord achteraan.   vb.  leterpapero  (briefpapier)


Regel 12: Dubbele negatie wordt niet gebruikt (zoals in het Nederlands)
--------   dus niet: 'neniam ne' (nooit niet), maar: 'neniam' (nooit).


Regel 13: Bij een beweging, krijgt het woord dat de plaats aanduidt waar
--------   men naartoe gaat de uitgang -n, indien er geen voorzetsel
           gebruikt werd.    vb.    kie vi iras  =  waar ga je
                                (al kie vi iras  =  naar waar ga je)
           zonder voorzetsel:     kien vi iras  =  naar waar ga je


Regel 14: Ieder voorzetsel heeft een vaste betekenis. vb en = in (binnen)
--------   Vb.  'geloven in'  is niet  'kredi en'
                             maar wel  'kredi je'
           Dit is vooral voor het figuurlijk gebruik van voorzetsels.


Regel 15: Internationaal gebruikte woorden veranderen niet in Esperanto
--------   (enkel de fonetische spelling moet soms aangepast).
           vb. teatro (theater), lifto, radio, ...


Regel 16: De uitgangen van het naamwoord en het lidwoord (la) kunnen worden
--------   weggelaten en vervangen door een weglatingsteken.

Laatste aanpassing van deze bladzijde: 09-02-2017