Esperanto
FEL, waar de Esperantobeweging beweegt!
Contacteer ons Contacteer ons
Zoek in de webbladzijden van de VEB
in de webbladzijden van de VEB

 

Suske en Wiske praten Esperanto!

De Romaanse streektalen in de Benelux


Derde artikel uit de reeks over 'minderheidstalen' in Europa, uit Horizon.taal nr 238, juli-augustus 2009.
Bewerking naar aanleiding van het Talenfestival (thema: Benelux) op 15 mei 2010 in Antwerpen, georganiseerd door de V.E.B.


De Langues d'Oil in Walonië en noord Frankrijk.

In Wallonië worden ten minste vijf Romaanse streektalen gesproken, allen van de groep van de 'langues d'Oil'. Vandaag is het Frans daarvan de belangrijkste en de enige officiële staatstaal. Het Frans is gebaseerd op het Orléanais en vooral het François, de streektaal in en rond Parijs (het pays de France of Île de France). Dit Frans is geleidelijk aan de belangrijkste voertaal geworden in de regio van de langues d'oil (meestal vermengd met de lokale idiomen). Toch zijn er nog steeds streektalen aanwezig die sterk verschillen van het standaard Frans. De meest noordelijke twee, Waals en Picardisch, weten zich het best te handhaven.

Deze kaart op Wikipedia toont, sterk vereenvoudigd, de spreiding van de Oil-talen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de talen en dialecten eerder geleidelijk aan in elkaar overvloeien. Ook is het Frans inmiddels de taal van de meerderheid geworden in deze streken. De term 'langue d'oil' werd voor het eerst gebruikt door Dante Alighieri in de dertiende eeuw om de taal te onderscheiden van andere Romaanse taalgroepen zoals de 'langue d'oc' in het zuiden van het huidige Frankrijk.

De dominante status van het Frans binnen de "Oil" is een relatief recent verschijnsel. Drie eeuwen geleden sprak haast niemand in Frankrijk Frans. In de middeleeuwen lag de status van de langues d'oc (zuid Frankrijk) en van bijvoorbeeld het Picardisch hoger. De koningen en adel in wat nu Frankrijk is spraken in de vroege middeleeuwen zelfs geen Romaanse maar een Germaanse taal, de taal van de Franken. De geschreven taal was dan weer het klassieke Latijn. Pas met de kroning van koning Hugues Capet tot koning van Frankrijk in 987 werd het François van toen de hoftaal. En het was pas wanneer Frankrijk in de volgende eeuwen verenigd begon te geraken dat de invloed van Parijs zich begon te gelden. Vooral de Franse Revolutie gaf het startschot van een actieve verfransing, gestuwd door de toen heersende ideeën over de opbouw van de Franse Natie, waar voor streektalen geen plaats was.

De naam 'France', Frankrijk, komt eigenlijk van de Franken, die na de val van het Romeinse rijk de heerschappij over Gallië namen. Deze Franken spraken geen Romaanse taal maar Frankisch, de rechtstreekse voorloper van het Nederlands. Gedurende een aantal eeuwen tot ongeveer het tijdperk van Karel De Grote bestond er zo een situatie in het Gallo-romeins gebied waarbij de gewone bevolking Langue d'oil sprak (Het Keltisch was toen al verdwenen) en de heersers Frankisch. Overblijfselen daarvan vinden we onder meer terug in Lorrain/Lotharingen, waar naast het lokale Lorrain ook het Lotharingisch wordt gesproken, een taal die heel sterk aansluit bij de dialecten van Luxemburg en de Elzas. De Germaanse overheersing verdween uiteindelijk ten voordele van de Oil-talen, maar de naam 'France' bleef bestaan.

In deze bijdrage over de 'vergeten talen' zullen we het specifiek over de vier Romaanse streektalen hebben die in het zuiden van België worden gesproken: Waals, Picardisch, Champenois en Lorrain (dat in België Gaumais wordt genoemd).

Het Waals

Ooit was het Waals de voertaal bij uitstek in een groot deel van het huidige Wallonië. Het was een bloeiende cultuurtaal vanaf de dertiende eeuw (mogelijk zelfs vroeger) en werd toen al onderscheiden van het (toenmalige) Frans, al werd het Waals toen nog niet Waals genoemd maar 'Roman'. De benaming 'Walon' komt eigenlijk van de Germanen die met 'Wal' al de 'vreemde' talen en volkeren aanduidden (zoals bijvoorbeeld ook in "Wales"). Deze benaming dook voor het eerst op midden vijftiende eeuw. De Waalse dichter Jean Lemaire de Belges (eind vijftiende, begin zestiende eeuw) omschreef het als volgt toen hij over de inwoners van Nivelles sprak:
Et ceux cy parlent le vieil langage Gallique que nous appellons Vualon ou Rommand (...). Et de ladite ancienne langue Vualonne, ou Rommande, nous usons en nostre Gaule Belgique: Cestadire en Haynau, Cambresis, Artois, Namur, Liege, Lorraine, Ardenne et le Rommanbrabant, et est beaucoup differente du François, lequel est plus moderne, et plus gaillart.

Omdat Waals de meest noordelijke van de langues d'oil is heeft de taal ook invloed gehad van de Germaanse talen, en het oude Nederlands in het bijzonder. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit de Waalse benaming voor Wallonië: walonreye. Het 'reye' komt van het Nederlandse 'rijk' dat we bijvoorbeeld ook terugvinden in 'Frankrijk'. Het Waalse woord flåwe is het Nederlandse flauw. Een sprewe is inderdaad een spreeuw. "BÎre", is bier, uitgesproken zoals in het Nederlands (vergelijk Fr: bière). Het Waalse woord voor lip is lèpe (vergelijk Fr: lèvre). Ook een aantal grammaticale vormen komen overeen met het Nederlands, zo zet het Waals een adjectief altijd voor het zelfstandig naamwoord: on noer tchivå (fr.: un cheval noir), on foirt ome (un homme fort), ene blanke måjhon (une maison blanche), li djäne foye (het gele blad). Vergelijk ook het Nederlandse "deze muur is 5 meter hoog" met het Waalse "ci meurt-ci èst 5 mètres hot" terwijl dit in het Frans "ce mur a 5 mètres de haut" is.

Waals heeft dus zeker heel wat Germaanse kernmerken overgenomen, maar aan de andere kant staat Waals toch dichter bij het oude Latijn dan het Frans, met een aantal kenmerken die in het Frans zijn verdwenen. Zo wordt in veel gevallen de oorspronkelijke 's' behouden waar die in het Frans verdween: mwaÎsse voor het Franse maÎtre, chaestea voor het Franse château, biesse voor het Franse bête, steûle voor étoile, scrire voor écrire,... Een ander klankverschil met het Frans is de 'tch' die in het Frans 'ch' wordt en de 'dzj' die in het Frans 'zj' is: vatche (vache), djambe (jambe). Lidwoorden hebben in het Waals geen geslacht: li vweture en li cir voor la voiture en le ciel. Dit is ook het geval in bezittelijke voornaamwoorden: si cwär (son corps) en si fignesse (sa fenêtre). Er zijn uiteraard ook wel verschillen tussen de verschillende dialecten.

Nog enkele voorbeelden van Waals zijn: Bondjoû (goededag - bonjour), A rvey (tot ziens - au revoir), Cmint daloz? (hoe gaat het - Comment allez-vous?), Dji n' sais nén (ik weet het niet - je ne sais pas). De verwantschap met het Frans is duidelijk, maar toch zijn de verschillen treffend.

Het Waals heeft nu weinig politieke en sociaal-economische relevantie meer maar was ooit een bestuurstaal in onder meer Luik. Tot een eeuw geleden sprak de overgrote meerderheid van de Walen gewoon Waals en velen van hen waren eentalig. Wallonië heeft een sterke verfransing gekend, net als in het oorspronkelijk Brabantse Brussel gebeurd is. De verfransing had vooral te maken met de opkomst van de grootindustrie die in handen was van Franssprekende burgerij uit Brussel. Waals had geen enkele sociaal-economische status en speelde (en speelt) geen enkele rol in het openbare en officiële leven. Zeker vanaf de tweede wereldoorlog gaat deze taal snel achteruit. Nu zouden er nog ongeveer 600 000 mensen de taal kunnen spreken, de meesten daarvan ouderen. Jongeren verliezen de taal omdat ze geen enkele betekenis heeft in de economie of in de staatsinstellingen. Ondanks het feit dat het Waals veel meer dan het Frans de volkstaal was van de helft van het land werd het Waals nooit het statuut van officiële Belgische landstaal gegeven.

Sinds 1990 wordt het Waals wel erkend als een streektaal door de Franse Gemeenschap in België. Het wordt nu onderwezen in enkele scholen en krijgt een beetje aandacht in de media (onder meer RTBF). Lokaal wordt de taal ook wel gebruikt in een aantal gemeenten, onder meer met tweetalige plaatsnaamborden en in lokale handelszaken. Maar over het algemeen staat het Waals niet veel verder dan voor de erkenning bijna twintig jaar geleden.

Er bestaat toch nog steeds een bloeiende Waalse cultuur, met bijvoorbeeld een liedjesfestival, verschillende maandblade en meer dan tweehonderd theatergezelschappen in het Waals. Een aantal taal- en cultuurverenigingen zijn:

Er bestaat nog geen erkend Algemeen Waals, hoewel er verschillende stappen zijn geweest in die richting. Net zoals met het Nederlands het geval was tot aan het verschijnen van de Statenbijbel (1635) schreven Waalse auteurs nog tot in de negentiende eeuw met een individuele spelling die ze zelf bedachten (niettegenstaande er in vroegere eeuwen geschreven Waals werd gebruikt in officiële aangelegenheden in bijvoorbeeld Luik). In 1900 kwam er een eerste uniformisering van de orthografie met het "Feller-systeem". Dit vond geen algemene ingang, maar was een eerste aanzet om alvast te komen tot verschillende regionale normen (bijvoorbeeld Luiks, Naams, Charleroi...). Er waren nog steeds redelijk grote regionale verschillen, bijvoorbeeld het Waalse woord voor 'vogel' werd geschreven als åbe, aube of ôbe. Vanaf de jaren 1990 ontstond het rfondou of "algemeen Waals", dat vooral het geschreven Waals probeert te normaliseren. (http://rifondou.walon.org/)

Onze Vader in dit 'rifondou':
Vos, nosse Pere k' est la hôt,
Ki vosse no soeye beni cint côps.
Ki l' djoû vegne k' on vs ricnoxhe come mwaisse.
K' on vs schoûte sol tere come å cir.
Dinez nos ådjourdu li pwin po nosse djournêye.
Fijhoz ene croes so tos nos petchÎs
Come nos l' fijhans eto so les petchÎs dås ôtes.
Ni nos leyÎz nén tchair dins l' eveye di må fé
Mins tchessÎz li må lon erÎ di nozôtes.

Het Picardisch

Het Picardisch is verwant aan Waals en Frans, maar toch onderscheidbaar. Het wordt gesproken in een deel van Henegouwen, in de regio Pas-de-Calais en in Picardië. Naar schatting spreken nog ongeveer een half miljoen mensen Picardisch, even veel als het Waals. Er bestaan verschillende namen voor de streektaal. In sommige streken gebruikt en wel eens de termen "rouchi" of "Chti", of ook wel "patois du nord" al is dat een meer pejoratieve benaming. Sinds 1990 wordt het Picardisch erkend als streektaal in België maar daar staat geen actief taalbeleid tegenover. In Frankrijk heeft het Picardisch geen enkel officieel statuut.

De benaming "chti" zou ontstaan zijn tijdens de eerste wereldoorlog, gebruikt door soldaten van buiten de regio die in Picardië terecht kwamen. Zij hoorden regelmatig tussen Picardische soldaten de dialoog 'ch'est ti? Ch'est mi' en daar zouden de eerder pejoratieve termen "chti" en "chtimi" vandaan komen. Al bestaan er uiteraard ook andere theorieën over de oorsprong van "chti". De taal zelf werd al waargenomen in de 12de eeuw, als apart van het françois dat toen ook voor het eerst werd benoemd als de taal van het Ile de France.

Picardisch was in de middeleeuwen een toonaangevende literaire taal die een hogere status had dan het Frans. De schrijftaal was wel al sterk beïnvloed door het Frans maar was toch sterk onderscheidbaar. Vanaf de vijftiende eeuw verdween die literaire traditie en werd het Picardisch vooral een spreektaal. Het is pas vanaf begin jaren tachtig dat Picardisch een studieonderwerp werd op de universiteit van Rijsel. De voorbije eeuwen is het Picardisch naar het noorden verschoven, het won terrein op het Frans-Vlaams maar verloor terrein op de zuidelijke grens. Nu wordt het Picardisch net als alle andere streektalen in Frankrijk in zijn geheel bedreigd.

Door de toenemende mobiliteit zijn de dialecten van het Picardisch in elkaar beginnen smelten. Maar nu komt ook het Picardisch zelf onder bedreiging van een lokale variant van het standaard Frans. De taal heeft ook geen enkel statuut als bestuurstaal. Wel bestaat er nog steeds een bloeiende cultuurbeweging die zich bezig houdt met muziek, theater en literatuur. Er bestaat geen standaard of algemeen Picardisch, maar een aantal universiteiten die de taal bestuderen hebben wel een eengemaakte orthografie opgesteld gebaseerd op die van het Waals, de "Feller-Carton" orthografie.

Een duidelijk punt waar Picardisch van het Frans verschilt is bijvoorbeeld het niet voorkomen van de klankverschuiving van 'k' naar 'ch', typerend voor Frans, dat van het Latijnse càballus cheval maakte. Andere voorbeelden: "douche" voor het Franse "douce", "casser" voor "Chasser" (jagen), "djèrre" voor "guerre" (oorlog). In Picardisch wordt nog steeds 'keval' gezegd. De verschillen worden uiteraard ook groter naarmate men verder noordwaarts gaat. Picardisch heeft ook een invloed van de Germaanse talen meegekregen die bijvoorbeeld merkbaar is bij het gebruik van de "w" (zoals ook in het Waals): "warder" voor "garder" (bewaken).

Enkele voorbeelden:

  • De vervoeging van être: ej'sus, t'es, i'est, al'est, in'est, vos êtes, i sont.
  • Picardisch: Mi, à quatre heures, j'archine eune bonne tartine.
    Frans: Moi, à quatre heures, je mange une bonne tartine.
  • Edmond Tanière - La polka du mineur:
    Picardisch:
    Pindant l'briquet un galibot composot, assis sur un bos,
    L'air d'eune musique qu'i sifflotot
    Ch'étot tellemint bin fabriqué, qu'les mineurs lâchant leurs briquets
    Comminssotent à's'mette à'l'danser
    Frans:
    Pendant le casse-croûte un jeune mineur composa, assis sur un bout de bois
    L'air d'une musique qu'il sifflota
    C'était tellement bien fait que les mineurs lâchant leurs casse-croûte
    Commencèrent à danser.
  • Nou patois, ch'est l'manière qu'in dit nou contes
    Ch'est de l'façon-là qu'in parlot tout l'mont'.
    Ch'est l'langache ed'nou vieux, ed'nou z'aïeux
    Et croïez-me, y a pas d'quoi n'n'ête honteux!
    Nou patois i cante comme el'vint d'ichi,
    Et chà ne s'comprind qu'avec des amis.
    In l'parlot déjà à l'récréation
    Pou faire bisquer ch'clerc et ses punitions.
    (Guy Dubois)

Picardisch wordt niet in het reguliere onderwijs gegeven. De taal wordt haast enkel nog binnen familiaal verband en 'op straat' doorgegeven. Net als bij de meeste andere minderheids-talen in Europa gaat het aantal sprekers sterk achteruit. Toch is er nog steeds een bloeiende cultuurbeweging. Zoals Tertous, tijdschriften als Ch'lanchron of het Agence pour le Picard. Verschillende schattingen over het aantal sprekers vandaag komen uit op een half miljoen.

Het Champenois

Het Champenois (of "champaignat") wordt gesproken in de regio Champagne-Ardenne in Frankrijk en in enkele gemeenten in Basse-Semois, helemaal in het zuiden van de provincie Namen. De taal werd al gesproken en geschreven in de elfde eeuw door de rabbijn Rachi van Troyes, dankzij wie heel wat bekend is over de streektaal van toen. En in de twaalfde eeuw gebruikte de beroemde auteur Chrétien de Troyes ook heel wat Champenois in zijn werk, naast Picardisch en François van toen.

Ook het Champenois is lange tijd onderdrukt geweest maar kent nu weer een vrij bloeiend cultureel leven met theater, muziek, literatuur en vertaalde strips, onder meer te vinden op http://louchampaignat.free.fr/

Enkele voorbeelden van het Champenois:

Hebben, tegenwoordige tijd (avoir): j'avo, t'avo, il ait, nous z'ont, vous z'aient, y z'ont

Zijn: j'éto, t'éto, il éto, nous sont, vous z'étont, y z'étont

Alors, coumma y est-c'qû v'alléyé, annui ? Hoe gaat het vandaag?

Het Gaumais

Gaumais is de term die gebruikt wordt voor de in België gesproken variant van het Lotharings (Lorrain). Deze streektaal wordt gesproken in Lorrain in Frankrijk, in de Gaume en in de provincie Luxemburg in de omgeving van Virton. Het Lorrain in Frankrijk is stilaan aan het verdwijnen, het Gaumais in Wallonië kan zich nog in enige mate handhaven.

Voorbeeld van het Gaumais: een vertaalde fabel van de La Fontaine:

l lûfe et lès gernouilles
In lûfe da s'ajete songeout
Da in profond annoyatche et lûfe es plongeout :
Es bête la est triste et la frousse el rontche.
"Les d'gens naturel ma froussard
san, dijou-ti, bin malheureux.
In'sarin mièdji bouquet qui lès y profite
D'jama in plagi pur ; toudjou tracassi
V'la coume d'je vique : cette frousse maudite
M'apitch des dormi, sinon les oeils ouviyes.
-Carridjives, dèran quelque sage corvelle.
-Eh ! la frousse es corritch-t-elle ?
Dje crois même qu'à bousse foi
Les hommes avant la frousse coume mi."

Naast het Lorrain is er ook het Lotharingisch, een dialect verwant aan het Luxemburgs. De verschillende streektalen hebben uiteraard elkaar beïnvloedt wat soms blijkt uit de straattaal. Bijvoorbeeld in "Comment qu'c'est gros? ça geht's mohl?" Wat zoveel betekent als "hoe gaat het, alles goed?".

Over de streektalen in Lotharingen, zowel de Romaanse als de Germaanse, vind je veel voorbeelden op http://www.culture-langues-lorraine.org/.

tot slot

Van de vier vernoemde streektalen zijn Picardisch en Waals het meest prominent aanwezig in Wallonië. Tegelijk zijn het ook de twee niet-Franse Oil-talen die zich nog het best weten te handhaven. Dit is onder meer te danken aan een officiële erkenning als streektalen in 1990, maar ook de rol van de Vlaamse taalstrijd kan hierin niet genegeerd worden. In tegenstelling tot Frankrijk, dat nog steeds een heel centralistisch taalbeleid voert, is in België een zekere mate van taalvrijheid gekomen die, zij het in beperkte mate, ook voor de Waalse streektalen gelden. Niettemin zijn deze talen nog steeds bedreigd door de afwezigheid van een officieel statuut als bestuurs- en onderwijstaal.

K. De Laet


'Occitaans en Arpitaans': volgende artikel in deze reeks.

'De vergeten talen van Europa': eerste artikel in deze reeks.

'De Germaanse talen in de Benelux': tweede artikel in deze reeks.

terug naar de Horizon.taal indexpagina

Laatste aanpassing van deze bladzijde: 09-02-2017